week 29 (klik hier)

Naar een nieuwe vorm van besturen (2)
Geen coalitieakkoord maar een raadsakkoord op basis van een brede visie. De basis van het nieuwe model is dat na de verkiezingen er geen coalitieakkoord maar een raadsbreed gedragen raadsakkoord 4 gemaakt wordt. Van groot belang is dat het raadsakkoord nog alle ruimte geeft aan bestuur en politiek om uitvoeringskeuzes te maken. In dat raadsakkoord worden dus niet de oplossingen omschreven, maar enkel de problemen die in de nieuwe raadsperiode aangepakt moeten gaan worden. En die probleemomschrijving gebeurt op hoofdlijnen, niet gedetailleerd. Je hebt  dan bijvoorbeeld: “we gaan de mobiliteitsproblemen aanpakken” maar niet: “we gaan daar en daar een weg aanleggen”. Discussie over de keuze gebeurt in het raadsdebat.
Belangrijk hierbij is dat partijpolitiek niet (of zo weinig mogelijk) aanschuift aan tafel. Het is daarom belangrijk dat er een gemeentelijke visie 1 bestaat, die samen met zoveel mogelijk stakeholders in de gemeente tot stand is gekomen. Dit kan in een G1000-achtige setting maar er zijn ook andere mogelijkheden. Het is een visie voor de lange termijn (zeg: 20 jaar) die na bv. 10 jaar herijkt wordt, uiteraard weer samen met alle stakeholders. Deze visie geeft handvatten voor het raadsakkoord, maar bv. ook voor verkiezingsprogramma’s en uitvoeringsbesluiten.
Zo’n gemeentelijke lange-termijn-visie is in de gemeente Aalten zo’n 15-20 jaar geleden wel eens opgesteld, samen met allerlei stakeholders. Dat was een zeer nuttig proces. Alleen het toenmalig college heeft er te weinig mee gedaan. Dat is een reeel gevaar: colleges die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en geen geluiden van buiten, vanuit de samenleving toelaten.  Daarom pleit ik voor G1000-achtige acties (zie hieronder) die de betrokkenheid bij de democratie kunnen vergroten. 
Het huidige college heeft ook aangegeven dat zo’n lange termijnvisie nodig is, maar wil dit over de verkiezingen heen tillen. De vraag is of dat verstandig  is: de uitdagingen op gebied van demografie (minder mensen, ouder), duurzaamheid en economie zijn groot.
 
Op basis van het raadsakkoord kan het nieuwe college een collegeprogramma 7 maken. In een volgend artikel komen wat ideeen hoe je goede wethouders zou moeten selecteren. Dat is van belang, zeker in een versnipperd landschap, waar het bijna onmogelijk is om elke “coalitiepartij” naar verhouding te “bedelen” met wethouders. Het beste is als het ook een echt “programma” is in die zin dat in de tijd wordt aangegeven welk probleem
ongeveer wanneer op de rol komt. Dit is belangrijk om meerdere redenen. Ten eerste kun je daarmee de beperkte bronnen (mensen en middelen) die de gemeente heeft efficiënt maar ook haalbaar plannen. Ten tweede geeft het aan de raad een beeld wanneer ze wat kunnen verwachten en kunnen raadsleden daar hun planning op aanpassen. En dat geldt ook voor de participerende burger: die dan weet wanneer hij ongeveer in actie moet komen. Het collegeprogramma is tamelijk ruw in tijd, zeg per kwartaal: in de jaarlijkse kadernota’s en begrotingen kan een verfijning worden
gegeven. De uitwerking gebeurt vervolgens per (deel)project in raadsvoorstellen, uiteraard gebaseerd op de visie, het raadsprogramma, de kadernota en de begroting.
 
(dit is het tweede artikel in de serie “naar een nieuwe vorm van besturen”, mede gebaseerd op de ideeen van de werkgroep G1000. Over de G1000 zie : http://g1000.nu/)
 
Reageren? joop.wikkerink@progressieve-partij.nl

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *