Kloof tussen stad en platteland?


Kloof tussen stad en platteland
 
 
Meet up vrijdag 13 mei
Vrijdagavond was er in de Koppelkerk te Bredevoort een “meet up” met als titel “De Kloof tussen stad en platteland”. Centraal stond het boek: “Een klein land met verre uithoeken” van sociaalgeograaf en journalist Floor Milikowski. Het werd een optimistische discussieavond o.l.v. moderator Anke Sitter. 

Mark Boumans, burgemeester van Doetinchem en aanwezig in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Achterhoekambassadeurs trapte af en hield een pleidooi tegen het woord en begrip krimp. “We hebben misschien zo’n 5-10 miljoen euro van het rijk gehand om de krimp te bestrijden, maar de schade die dit woord aangebracht heeft lijkt vele malen groter. De Achterhoek moet vooral op eigen kracht, gebruikmakend van haar sterke punten werken aan een brede welvaart. Niet alleen economisch, maar ook op gebied van welzijn, cultuur, natuur. Volgens Boumans is een goede bereikbaarheid daarvoor noodzakelijk, dus toch nog maar weer eens een pleidooi voor verbreding van de N18 en de aanleg van de regio-expresse. Hoewel hij ook zei dat je vanaf Doetinchem binnen 5 kwartier in Utrecht en in Düsseldorf bent. En er moet natuurlijk weer gebouwd worden. Hij nam afstand van het vroegere provinciale beleid van “rem op woningbouw” om de bestaande waardes te behouden. De tijd is gekanteld. En we hebben mensen nodig: we komen 1500 mensen per jaar te kort op de arbeidsmarkt. Bouwmans verwees naar een artikel in het financieel dagblad waar het optimisme en zelfbewustzijn van de Achterhoek als succesfactor genoemd werd.
 
Floor Milikowski vertelde vanuit Amsterdam in een Zoomverbinding over het ruimtelijk beleid in Nederland in de afgelopen decennia. Als typisch stadskind gaf ze helder aan waarom ze graag in de stad woont met zijn oneindige mogelijkheden en voorzieningen. Maar toen ze begon te schrijven over het verschil tussen platteland en stad dacht ze sombere buitengewesten aan te treffen in Noord-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Drenthe. Maar het eerste wat haar opviel was: wat is het hier mooi! In een helder overzicht legde ze uit dat direct na de Tweede Wereldoorlog een soort politiek van verdelende rechtvaardigheid heerste; iedereen moest gelijkelijk bedeeld worden. Dat was de politiek van de naoorlogse kabinetten en de daaropvolgende van o.a. den Uyl en Van Agt. Daar kwam verandering in rond de jaren 80: opkomst van het neoliberalisme. De commissie Wagner (topman van Shell) adviseerde van Agt niet meer de zwakkeren te ondersteunen maar in de sterkeren te investeren. De opvolgende kabinetten Lubbers stortten zich vol overgave op die gedachte. De steden als Amsterdam en Rotterdam werden weer woest aantrekkelijk. Er kwamen yuppen wonen, mensen met geld Er werd geïnvesteerd in omgeving, huizen en cultuur.  Na corona zie je langzamerhand weer een andere beweging. Ook onder invloed van de op hol geslagen woningmarkt zie je een kleine beweging richting platteland. Maar Floor durfde absoluut niet te voorspelen waar dat op uitdraait.
 
Een bijzonder interessante bijdrage kwam van “ervingsdeskundige” Hans Leeflang. Hij was als Haagse beleidsambtenaar betrokken bij de Vierde Nota Ruimtelijke ordening (Vinex wijken, Nederland distributieland, main- en brainports). Twee jaar voor zijn pensionering neergestreken met (gezinnen van) twee dochters op een boerderij in Geesteren (bij Borculo). Hij voelde aan den lijve wat het is om met een goedgevulde portemonnee een erf te kunnen kopen daar waar jongeren in het dorp geen huis kunnen krijgen. Veel aan de keukentafel praten was zijn recept. Hij beschreef het wonen in de Achterhoek als het ultieme Arcadië. Maar dat wordt wel bedreigd. Op vier terreinen: de woningmarkt die “gekaapt” wordt door mensen uit het westen met geld; het achterhaalde idee van Nederland-Distributieland met het bouwen van grote infrastructuur (Noordtak) en grote “dozen” in het landschap. Ten derde de crisis in de landbouw. “De boeren weten het niet meer; hij pleitte voor vernieuwende initiatieven (proefboerderij de Marke, “vruchtbare kringloop”, circulaire economie) en ten laatste de duurzame energieopwekking via de regionale energiestrategie. Hij pleitte voor een BES (burgerenergiestrategie) met als voorbeelden Industriepark proeftuin Nettelhorst en de energie coöperatie Laren (bij Lochem.) Hans kwam met 4 tips om de Achterhoek te versterken. 1. Ga uit van eigen kracht in plaats van krimp. 2. Maak verbinding met Duitsland; 3. Betrek Achterhoekse pioniers bij het maken van samenhangende plannen en 4: Durf te dromen en koester het goede leven.
 

In de discussie kwamen die pioniers ideeën zeker aan bod Er werd uiteraard hardop getwijfeld aan de mantra van (economische) groei. Deze twijfel werd door alle sprekers erkend. “Moeten we niet accepteren dat we 1500 mensen te kort komen en het gewoon met minder mensen doen”. Moeten er niet meer mogelijkheden komen voor hofjes- en groepswonen op de boerenerven; moet er geen “Achterhoeks burgerberaad” komen voor de richting waarin we opgaan in de Achterhoek. En àls dan Nederland-Distributieland een achterhaald idee is wie heeft dan de moed om te stoppen met het volbouwen van het landschap met “distributiedozen”, het verbreden van (snel-)wegen en het aanleggen van goederenspoorlijnen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Achterhoekse samenwerking in de gezondheidszorg zie je dat de focus op preventie leidt tot minder omzet voor de specialisten en ziekenhuizen. Men accepteert dat in de samenwerking, is dat dan geen voorbeeld voor de Achterhoekse koers: kwaliteit in plaats van groei? 
 
Alle drie de inleiders waren onder de indruk van de betrokkenheid en bevlogenheid van het publiek, optimistisch over de input van inwoners in de discussie en bereid verder te denken en te praten. Een mooie opdracht voor de nieuwe raden en colleges in de Achterhoek om die uitdaging op te pakken en met de zgn. 3 O’s verder in gesprek te gaan (ondernemers, onderwijs, organisaties) en in de eerste plaats de Burgers.

 

Deel deze inhoud

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.