week 35 (klik hier)

De Jeugdwet – 1
Het “zomerreces” wordt gebruikt om de komende veranderingen op sociaal gebied wat nader toe te lichten. De achtergronden stonden in aflevering 1. Aflevering 2 en 3 gingen over de afbouw van Wsw en Wajong en de Participatiewet. Aflevering 4 en 5 over de WMO 2015; deze week het op één na laatste artikel in de reeks: de Jeugdwet.
Nieuw, ingewikkeld, duur, riskant.
De overheveling van de verantwoordelijkheid naar gemeenten van de jeugdhulp en –zorg is misschien wel de meest ingrijpende “decentralisatie”. Immers gemeenten hebben heel weinig ervaring met de jeugdzorg, vooral de zware. Ze waren altijd wel verantwoordelijk voor wat lichtere, eenvoudige taken zoals Centrum Jeugd en Gezin en betaalden mee aan bijv. schoolmaatschappelijk werk, consultatiebureaus. Nu worden gemeenten ook verantwoordelijk voor het hele stelsel van de jeugdzorg. Dat is waanzinnig ingewikkeld. Maar ook riskant: het gaat altijd om kwetsbare jongeren. Er hoeft maar iets fout georganiseerd te worden of het kan enorm mis gaan. Bovendien is jeugdzorg erg duur, als het om “zware zorg” gaat. En de gemeente kan er op zich niet zo veel aan doen of er nu 10 of 100 kinderen uit de gemeente in jeugdinrichtingen zitten.
 
Ook hier: wat kan er in de omgeving georganiseerd worden.
Doel is natuurlijk dat jongeren een veilige, inspirerende en uitdagende omgeving hebben waarin ze opgroeien. Ouders en familie, school en buurt zijn de eerste dingen waar je aan denkt waar dat gerealiseerd kan worden. Als het allemaal niet vanzelf gaat zijn er voorzieningen als informatie, advies, Centrum voor Jeugd en Gezin, Maatschappelijk werk enzovoort. Vaak algemene voorzieningen, ook gefinancierd door de gemeente waar men gratis of tegen een kleine bijdrage terecht kan.
Als het allemaal nog moeilijker gaat komen misschien de GGD, de geïndiceerde zorg, de GGZ (Geestelijke gezondheidszorg) of zelfs Justitie wel in beeld. Dan wordt het allemaal knap ingewikkeld en soms onoverzichtelijk. Iedereen kent de verhalen van “wel 12 hulpverlenende instellingen in één gezin, en nog ging het mis”. In het onderstaande plaatje staat aangegeven welke vormen van ondersteuning en hulp er allemaal wel niet is.
 
 
 
Bedoeling Jeugdwet.
“Met de nieuwe Jeugdwet moet voorkomen worden dat ouders en jeugdigen verdwalen in het systeem. Het nieuwe stelsel is door één wettelijk kader en één financieringssysteem doelmatiger. Door vermindering van regels en bureaucratie wordt integrale zorg bij meervoudige problematiek beter mogelijk.” Dat is lekker ambtelijk. De bedoeling is dus dat het eenvoudiger, doorzichtiger en doelmatiger wordt.
 
Verantwoordelijkheid gemeenten
Wat moet dan eenvoudiger, doelmatiger en doorzichtiger? Onderstaand rijtje viel voorheen onder de verantwoordelijkheid van de Provincie; dat gaat nu naar de gemeenten:
•de huidige provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg. Inclusief:
•de jeugdbescherming
•de jeugdreclassering
•de jeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg)
•de geestelijke gezondheidzorg voor jeugdigen (jeugd-GGz)
•de zorg voor jeugd met een licht verstandelijk beperking (jeugd-LVB).
.
Beter,? 
En waarom denkt het kabinet, het parlement dat het dan beter gaat als die zorg bij de gemeenten ligt? Daarvoor zijn vijf uitgangspunten geformuleerd. 
•Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk;
•De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen;
•Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor de (kosten)effectiviteit van de geboden hulp;
•Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur;
•Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.
 
Passend onderwijs
Naast de invoering van de nieuwe Jeugdwet is per 1 augustus 2014 ook Passend onderwijs ingevoerd. In het nieuwe stelsel Passend Onderwijs hebben scholen de verantwoordelijkheid om voor elk kind een zo goed mogelijke plek in het onderwijs te vinden. En om kinderen zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs een startkwalificatie te laten halen. Zo kan er beter vroegtijdig gesignaleerd worden en worden docenten ondersteund in het omgaan met jongeren met een beperking. Hoe gaat dat georganiseerd worden? 
•Scholen in de regio werken samen om alle leerlingen de beste onderwijsplek te bieden.
•Het speciaal onderwijs blijft gewoon bestaan voor leerlingen die dat echt nodig hebben.
•Scholen kijken naar wat een leerling wél kan, het liefst in het regulier onderwijs.
•Er zijn geen bezuinigingen op extra ondersteuning aan leerlingen.
 
Dit is allemaal zo ingewikkeld, en vaak ver van m’n bed. En toch moeten raadsleden hierover oordelen. Het gaat dan over hulp aan kwetsbare kinderen en hun ouders en tegelijkertijd over miljoenen gemeenschapsgeld. Daarom volgende week nog iets meer over geld, dilemma’’s en vooral waar verdere informatie te vinden is. 
 
Reageren? joop.wikkerink@progressieve-partij.nl
 

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *