Sociaal Domein Achterhoek
Donderdag namen collega’s een kijkje bij Laborijn in Doetinchem. In de afgelopen 7 jaar was ik voorzitter van het het Achterhoekse portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein. De acht Achterhoekse gemeenten stemden daar het beleid en de uitvoering van o.a. de WMO (begeleiding) en de Jeugdwet met elkaar af. Dat is niet altijd gemakkelijk want kennis, kunde, opvattingen verschillen wel van elkaar. En als dan de hulpvraag en de kosten toenemen dan zijn wethouders sociaal domein nogal eens de kop van Jut. Ook over de vorm van samenwerking zijn we het niet altijd eens. Toch zijn we in staat gebleken goed samen te werken, elkaar vast te houden en -naar we hopen- de beste ondersteuning voor onze inwoners te organiseren.
Laborijn.
Iets langer ben ik bestuurslid van de Gemeenschappelijke Regeling Laborijn ( GR van Doetinchem, Aalten, Montferland met “dienstverleningsovereenkomsten” met Bronckhorst en Oude IJsselstreek). Daar heb ik de inhoud van de dienstverlening zien veranderen. Dat komt doordat de ongeveer 320 huishoudens uit Aalten die mede afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering niet zo makkelijk aan het werk komen. Vaak vanwege een vorm van beperking. Dus aangepast werk, parttime-werk, werk op een speciale plek of in een speciaal tempo met goede jobcoaching gaat prima. Daarbij wordt de werkgever ontzorgd en ondersteund door jobcoaches van Laborijn (vroeger werkmeesters). Ook in Laborijn hebben we de nodige uitdagingen gehad. De overgang van de oude Participatiewet die meer nadruk legde op dwang en drang naar de nieuwe “Participatiewet in Balans” die meer uitgaat van vertrouwen en medewerken, was soms moeilijk.
! + ! = 3?
Omdat deze raadsperiode op een einde loopt dacht ik dat het een goed idee zou zijn om bestuurders en beleidsmedewerkers vanuit beide “richtingen” (WMO- en Jeugd-ondersteuning en re-integratie en participatie) eens bij elkaar te brengen en te laten zien hoe misschien methodieken vanuit de re-integratiewereld ook toegepast kunnen worden in de wereld van ondersteuning en begeleiding van mensen vanuit de WMO of Jeugdwet. Daarom keken we naar zes dingen bij Laborijn. Ook mensen van het sociaal ontwikkelbedrijf Fijnder uit de Oost Achterhoek waren aanwezig.
1.Labowijzer is een soort van test-centrum waar mensen die (even) zijn vastgelopen in hun zoektocht naar werk onder begeleiding van o.a. gedragskundigen en fysiotherapeuten kunnen kijken in welk soort werk ze goed zijn. Goed in techniek? Goed in administratie en logistiek? En dat ze dan in die richting scholing kunnen volgen of werk kunnen zoeken.
2. TINT: een nieuw programma samen met de Arbeidsmarktregio Achterhoek, waar (technische) hulpmiddelen worden ingezet, vooral ook bij mensen met een beperking zoals tilhulpen. Maar ook vertaal-apps. Natuurlijk ook breder in te zetten.
3.Pit-stop: een groep inburgeraars van verschillende nationaliteiten werkt (vaak aangepast) in de hal van Laborijn aan o.a. inpak- en sorteerwerrk. Je ziet en merkt dat ze uit een heel andere cultuur komen. Dus worden ze enkele malen op een dag even bij elkaar gezet en gaan onder begeleiding van cultuurvertalers aan de gang met: “werknemersvaardigheden”. Met plaatjes en filmpjes wordt geïnstrueerd hoe je tilt, zit, mensen te woord staat enz.
4.De productiehal. Hoofdzakelijk in- en ompakwerkzaamheden, maar ook eenvoudige seriematig montagewerk. Bijvoorbeeld borstels van Luva, scharnieren en oordopjes.
5. De leerlijn technische beroepen werd toegelicht (en uitgevoerd) door Fijnder (Groenlo). In korte modules kunnen mensen ook “snuffelen” aan technische beroepen, maar ook certificaten (o.a. heftruck) halen om goed voorbereid te zijn en te kunnen meedraaien in technisch georiënteerde omgeving. Zo’n leerlijn is er ook voor de horeca geheten “Proef!”: keuken- en kokswerk, bediening, organisatie en afwassen: alles hoort erbij.
6.Inburgering. Laborijn verzorgt de inburgering voor de statushouders uit Aalten en Oude IJsselstreek. Ter plekke worden ook hier weer mensen uit verschillende culturen wegwijs gemaakt in de Nederlandse samenleving, ook door met elkaar Nederlands te praten. Men was bezig met het fenomeen Koningsdag: wie is er dan jarig, waarom eten die Nederlanders tompoucen, wat is een vrijmarkt. Dus dat was lachen.
De achterliggende gedachte
Mijn idee is om al deze mogelijkheden van begeleiding, training, coaching, enz. eens naast elkaar te leggen (de infrastructuur) en vanuit onze inwoners eens te kijken: waar heb je nou behoefte aan. Zo kan misschien een jongere die ambulante begeleiding vanuit Jeugdzorg krijgt al vast eens oefenen op een leerwerkplek, zo kan iemand die structuur in z’n leven nodig heeft, daarbij begeleid wordt vanuit de WMO, misschien ook gebruik maken van Labowijzer om inzicht te krijgen welke kant hij/zij op moet. Zo kan iemand die vanuit de WMO is aangewezen op arbeidsmatige dagbesteding misschien wel deels werkzaam zijn bij de leerlijn horeca. Zo kan de vakkennis van WMO-begeleiders misschien wel ingezet worden als life-coaching van mensen die inpakwerk doen in de hal. Ik zie tal van mogelijkheden, die nu allemaal nog apart vanuit wetten en kokers georganiseerd en betaald worden, maar waarvan je ook zou kunnen zeggen: laten we van elkaars expertise gebruikmaken. Misschien levert dat, als je het slim organiseert, ook nog wel efficiency winst op. We doen dat binnen de participatiewet al met het zgn. “simpel switchen”.
Komende periode.
Als je uitgaat van de vragen en behoeften van inwoners zelf, vervagen de grenzen tussen doelgroepen, wetten, regelingen en kun je denk ik nog meer maatwerk afgestemd op de specifieke vragen leveren. Ook voor de medewerkers brengt dit nieuwe uitdagingen en misschien wel methodieken met zich mee. Ik maak er geen geheim van dat ik hoop in de komende periode als wethouder sociaal domein vanuit Aalten hieraan nog verder mag en kan werken.
Joop Wikkerink








