“Dat kopte De Gelderlander op oudejaarsdag. Dat is een mooi gegeven, hoewel getallen de harde werkelijkheid altijd onvoldoende laten zien. Bovendien zijn cijfers nooit absoluut, maar geven ze hooguit een trend aan. Daarom pleit ik altijd voor voorzichtigheid bij het lezen van dit soort koppen over trends in de Achterhoek.
Hetzelfde artikel over dit onderwerp is terug te vinden in alle lokale edities van De Gelderlander. Daarin staat een kaartje met een bijbehorende duiding. Die duiding is niet voor alle gemeenten hetzelfde, wat vergelijken soms lastig maakt. Voor vijf gemeenten wordt vermeld hoe de situatie vijf jaar geleden was in vergelijking met nu. Twee gemeenten zijn gezakt naar 0,7% en vier gemeenten (waaronder Aalten) naar 0,4% van de bevolking (boven de 18 jaar) als het gaat om langdurige armoede (drie jaar of langer onder de armoedegrens).
Hierbij past een eerste opmerking: sinds 2024 wordt er gewerkt met een nieuwe methode die rekening houdt met vermogen en schulden. Ook wordt er gekeken naar hoge kosten voor wonen, energie en zorg. Dat maakt de definitie scherper, wat er op zou kunnen duiden dat de percentages bij alle gemeenten ten opzichte van vijf jaar geleden gedaald zijn.
Armoedegrens.
Iemand leeft onder de armoedegrens als er na het betalen van de woonlasten, energiekosten, zorgverzekering en het eigen risico te weinig geld overblijft voor andere basisbehoeften, zoals eten, kleding en sociale activiteiten. Naast het inkomen telt ook spaargeld en ander direct besteedbaar geld mee; een eigen huis telt echter niet mee. Daarnaast gaat het in Nederland om relatieve armoede, waarbij gekeken wordt naar wat als ‘gangbaar’ wordt beschouwd, zoals een wasmachine of internet.
Aantallen
Van alle gemeenten wordt het aantal inwoners onder de armoedegrens genoemd, evenals het aantal mensen (waarschijnlijk huishoudens) dat al drie jaar of langer in deze situatie zit. Er wordt niet aangegeven om welk percentage het gaat, dus dat heb ik zelf uitgerekend. Bij de meeste gemeenten ligt dat percentage iets boven de 25%. Dat betekent dat een kwart van de mensen onder de armoedegrens zich al drie jaar of langer in die positie bevindt. Montferland (21%) en Aalten (23%) vormen hierop gunstige uitzonderingen. In de meeste gemeenten zijn vrouwen de grootste groep in deze categorie.
Onverminderde solidariteit met de armen noodzakelijk!
Kortom: voorzichtigheid is geboden bij het trekken van conclusies op basis van “kale cijfers”. Natuurlijk is het mooi dat onze gemeente in de laagste categorie zit als het gaat om langdurige armoede (0,4% van de bevolking) en dat we een van de laagste percentages hebben van langdurige armoede ten opzichte van de huishoudens die onder de armoedegrens leven (23%). Maar ik vind 465 inwoners (of huishoudens) onder de armoedegrens — waarvan 23%, oftewel 110 huishoudens, al meer dan drie jaar — nog altijd verschrikkelijk veel.
Koppen die woorden als “laag” of “laagste” gebruiken, leiden de aandacht af van de forse taak die we hebben bij de armoedebestrijding. Deze taak zal niet lichter worden als we de plannen uit Den Haag horen: korten op de zorg, verhogen van de eigen bijdrage, ingrijpen in de WIA en hogere prijzen voor energie en levensonderhoud.
Eind december werden de resultaten opgeleverd van een onderzoek naar de positie van mensen met een minimuminkomen in de gemeente Aalten. We zijn dit momenteel aan het bestuderen en een volgende keer zal ik hier verder op ingaan.
Joop Wikkerink

