Lageschaar en LTO: herhalingsbezoek

Op 24 september waren de gemeenteraad en het college uitgenodigd voor een (kennismaking)gesprek met de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO). We waren te gast bij Lageschaar Vasteplantenkwekerij bij Groot Deunk in Barlo. Voor sommigen van ons een herhalingsbezoek.  Niettemin interessant. We begonnen met informatie over het werk van de LTO, en gingen vervolgens het gastheerbedrijf bekijken; nagepraat werd met wat drankjes en hapjes. Ik vond de activiteit geslaagd.

LTO in cijfers
In LTO zijn landelijk 35.000 boeren vertegenwoordigd, die tezamen twee derde van de omzet in de sector genereren. Er waren diverse bestuursleden van de afdeling Oost Achterhoek van LTO Noord aanwezig, en een vertegenwoordiger van het Nederlands Agrarisch Jongerenkontakt.
Het aantal boerenbedrijven blijft gestaag dalen. Daarbij gaat het niet alleen om problemen bij de opvolging, maar er stoppen ook boeren die aanhikken tegen de hoge eisen die aan boerenbedrijven worden gesteld. Het landbouwareaal is in de laatste tien jaar met maar tweeënhalf percent gedaald. Al met al zet dus de schaalvergroting nog altijd door. Boeren helpen elkaar graag, en zijn leergierig naar nieuwe technieken en ontwikkelingen.
In onze gemeente zijn nog ongeveer 250 boeren over; die houden bij benadering 15.000 koeien en 75.000 varkens. Er is weinig tuinbouw. De agrarische sector biedt tien percent van de werkgelegenheid in onze gemeente.

“Stikstofbrief”.

In deze tijd levert de stikstofbrief van minister Jaimi van Essen natuurlijk nogal wat gespreksstof op. In deze brief worden maatregelen voorgesteld die Nederland van het stikstofslot moeten halen, die vergunningverlening weer op gang moeten brengen, ook voor de woningbouw, duidelijkheid en toekomstperspectief voor de agrarische sector moeten bieden en kansen op natuurherstel bieden. Binnen LTO is duidelijk sprake van verschillende stromingen, van felle tegenstanders tot diegenen die ervan overtuigd zijn dat het zo niet langer kan. De LTO-vertegenwoordiger was achteraf niet gelukkig met de scherpe toon (vooral slot) van de brief die tijdens de demonstratie op de Markt werd voorgelezen. Ook bedankte hij Bert en Petra voor de snelle en inhoudelijke reacties naa de bijeenkomst met de raad.

Lageschaar
Lageschaar kweekt vaste planten voor voornamelijk hoveniers; tuincentra en bouwmarkten vereisen grotere volumes, bij verkoop bloeiende planten en informatie labels; hoveniers kijken anders naar planten; er is maar in geringe mate sprake van particuliere verkoop. Planten worden door heel Nederland geleverd, en in beperkte mate ook geëxporteerd.
Lageschaar is gespecialiseerd in kruidige, blijvende gewassen; bomen en andere houtige gewassen vormen de specialisatie van de overbuurman, boomkwekerij Rendering, waar we met een fietstocht ook al eens zijn geweest. De meeste planten zijn inheems, en enkele invasieve soorten (zoals diverse duizendknoopsoorten) wil men beslist niet hebben. Er kunnen ook beplantingsadviezen worden verstrekt.

Het bedrijf teelt zijn planten volledig biologisch, en hecht belang aan ‘soortechtheid’, wat zoveel wil zeggen dat er in een partij sprake is van een enkele soort (en een enkel ras). Bij het bedrijf werken twintig mensen op vier hectare met meer dan een miljoen planten van 1300 soorten. In het groeiseizoen worden planten in trays geplaatst, in een tempo van 6000 planten per uur. Daarbuiten wordt veel gestekt en gescheurd, en er is een schoffelmachine tegen onkruid. Zaden komen doorgaans van buiten, en er is sprake van een beperkte aanvoer van natuurlijke mest. Mart Lageschaar gaf een inkijkje wat biologisch inhoudt: vooral geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Het bedrijf voldoet aan de Europese normen (SKAL).

Het grootste gevaar voor planten is te veel water. De planten staan buiten dan ook op afschot, en overtollig water wordt bewaard in bassins en voor zover mogelijk hergebruikt. Pas als het echt nodig is wordt beperkt beregend. Men heeft uitgedokterd hoe de ondergrond moet worden opgebouwd: daaruit kwam een plantdiepte van 8 cm. Als substraat wordt veel veengrond gebruikt.Bij het afleveren van planten zijn doorgaans medewerkers aanwezig, maar het planten bij de klant doen ze niet zelf. Er is een keuze in plantcombinaties die geleverd kunnen worden, en daar zit een ontwikkeling in. Eenmaal aangeplant kan een beplanting zonder veel onderhoud zeker vijf jaar mee, maar geregeld onderhoud reduceert uiteindelijk de hoeveelheid werk die nodig is. Dat past goed bij wat plantsoenen nodig hebben.
Voor Theo en Joop een weerzien met het bedrijf. Immers in 2024 leidde een van onze fietstochten ook naar dit interessante biologische bedrijf.

Niek


 

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *