De strijd om de boerenstem

Maar wie gaat het werkelijk om de toekomst van de sector?

De protestactie van boeren op de markt in Aalten afgelopen maandag 24 augustus kon rekenen op veel aandacht van de plaatselijke politieke partijen. De reacties waren voorspelbaar. Het CDA verklaarde zich “faliekant” achter de boeren te scharen, de VVD kondigde aan haar zorgen over te brengen aan provincie en Tweede Kamer en BBB komt met de zoveelste motie om een krachtig signaal richting Den Haag af te geven.

De snelheid waarmee deze partijen reageren en elkaar verdringen op het politieke podium geeft meer de indruk van een onderlinge wedstrijd om de gunst van deze (potentiële) kiezersgroep dan op een oprechte betrokkenheid bij de toekomst van de landbouwsector. Nog voordat de plannen volledig zijn uitgewerkt, nog voordat duidelijk is welke regels uiteindelijk voor welke bedrijven zullen gelden en nog voordat alle gevolgen in beeld zijn gebracht, lijkt de conclusie al getrokken: de boeren hebben hoe dan ook de steun en vooral heel veel begrip van deze partijen.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Gaat deze steun werkelijk over de toekomst van de landbouw of zijn sommige partijen vooral bang om een groep potentiële kiezers van zich te vervreemden?

Voorbarig

De aanleiding voor de protesten is de brief van minister Van Essen over de stikstofaanpak. Die brief bevat een pakket voorstellen dat natuurherstel mogelijk moet maken, de stikstofuitstoot moet verminderen en de vastgelopen vergunningverlening weer op gang moet brengen. Tegelijkertijd is die brief nog geen definitief besluit. Veel onderdelen moeten nog worden uitgewerkt, juridisch worden getoetst en politiek worden beoordeeld. Over de concrete gevolgen voor individuele bedrijven bestaat op veel punten nog onduidelijkheid.

Het lijkt daarom nogal voorbarig om nu al richting Den Haag en de provincie te pleiten voor aanpassing of herziening van maatregelen die grotendeels nog moeten worden uitgewerkt. Opvallend is dat partijen als CDA en VVD enerzijds erkennen dat het stikstofprobleem moet worden aangepakt, maar zich anderzijds onmiddellijk achter het verzet tegen de voorgestelde oplossingen scharen. Daarmee ontstaat de indruk dat vooral wordt gereageerd op de boosheid van het moment, terwijl een eigen visie op een toekomstbestendige landbouw opvallend afwezig blijft. Of durft men daarvoor de verantwoordelijkheid niet te nemen? Het is immers makkelijker om begrip te hebben en steun uit te spreken dan uitleggen waarom de maatregelen nodig zijn.

Wie zijn ‘de boeren’?

Daarmee wordt nog een andere vraag opgeroepen. Wanneer politici zeggen achter “de boeren” te staan, over wie hebben zij het dan eigenlijk? De landbouwsector is allang geen homogene groep meer. Er zijn bedrijven die vooral willen doorgaan op de huidige weg. Er zijn bedrijven die al forse investeringen hebben gedaan in verduurzaming. Er zijn ondernemers die vooral behoefte hebben aan duidelijke langetermijnregels om investeringsbeslissingen te kunnen nemen. En er zijn veel boeren die al jaren zeggen dat voortdurende onzekerheid misschien wel hun grootste probleem is.
De boeren die demonstreren vormen onmiskenbaar een deel van de sector. Maar zij zijn niet automatisch de sector.

Dat onderscheid lijkt in de huidige discussie steeds verder te verdwijnen. Wie met trekkers naar een marktplein komt, krijgt direct politieke aandacht. De boeren die al zijn omgeschakeld en boeren die vooral vragen om duidelijkheid, toekomstbestendig beleid en langetermijnzekerheid zijn veel minder zichtbaar. Toch zijn ook zij onderdeel van dezelfde sector.

Onrust scoort

Misschien komt dat doordat de protesterende boer politiek aantrekkelijk is. Hij vertegenwoordigt niet alleen landbouwbelangen, maar staat ook symbool voor ondernemerschap, het platteland, de regio en weerstand tegen Haagse regelgeving. Voor politieke partijen, met name aan de populistische flank, zoals BBB, is het aantrekkelijk om zich zonder voorbehoud achter de protesterende boeren te scharen. Boosheid en verontwaardiging bieden immers een dankbare voedingsbodem voor politieke profilering. De boodschap dat niet het landbouwsysteem, maar vooral de overheid, Brussel of de natuurregels het probleem zijn, verkoopt nu eenmaal gemakkelijker dan een eerlijk verhaal over noodzakelijke veranderingen. Daardoor ontstaat soms de indruk dat niet zozeer de toekomst van de landbouw centraal staat, maar de strijd om de stem van de boze boer. Dat levert op korte termijn applaus op, maar nog geen oplossing voor de problemen waar de sector al jarenlang tegenaan loopt.

Meedenken is beter.

Dat is jammer. Want één ding weten we inmiddels wel. Het huidige systeem is niet houdbaar. Dat weten natuurorganisaties, beleidsmakers, wetenschappers en uiteindelijk ook veel boeren zelf. Niet voor niets wordt er al tientallen jaren gesproken over stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit, mestoverschotten en de druk op de beschikbare ruimte. De vraag is niet of verandering nodig is. De vraag is hoe die verandering eruit moet zien en hoe boeren daarbij een reëel toekomstperspectief behouden.

Daarin onderscheidt zich ook een andere benadering. Werkelijke steun aan boeren betekent niet hen vertellen wat zij graag willen horen. Werkelijke steun betekent eerlijk zijn over de uitdagingen waarvoor de sector staat en vervolgens bereid zijn om te investeren in oplossingen. In duidelijke langetermijnregels. In een houdbaar verdienmodel. In ondersteuning bij verduurzaming. In beleid waarmee boeren niet opnieuw enkele jaren later worden geconfronteerd met nieuwe onzekerheden.

Eerlijke boodschap

De gemakkelijkste boodschap is dat alles bij het oude kan blijven. De moeilijkere, maar eerlijkere boodschap is dat verandering noodzakelijk is en dat de politiek de verantwoordelijkheid heeft om die verandering zorgvuldig en rechtvaardig vorm te geven.

Politieke moed blijkt daarom niet uit het snelst uitspreken van begrip wanneer de trekkers het centrum van Aalten vullen. Politieke moed blijkt uit de bereidheid om ook dan de moeilijke vragen te stellen. Niet alleen: wat willen de boze boeren vandaag? Maar vooral: wat heeft de landbouw nodig om over twintig jaar nog een sterke toekomst te hebben?

Dat gesprek verdient de sector meer dan de zoveelste steunbetuiging.

Petra.


 

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *