Herinrichten toegang (sociaal domein)

Een van de onderwerpen deze raadsronde is het verbeteren van de toegang tot het sociaal domein. Een leuke term waarbij het toch vrij lastig is meteen een beeld te hebben van wat wordt bedoeld. Toch is het een heel belangrijk onderwerp. Het gaat er kort gezegd over hoe iemand uit onze gemeente die een vraag heeft of ondersteuning nodig heeft op een goede manier bij de juiste persoon of personen terecht komt. Een eind maken aan “van het kastje naar de muur” of al vastlopen voor het eerste kastje. Het gaat zelfs verder. Er wordt ook gekeken hoe te voorkomen dat inwoners zich niet durven te melden. Er is nogal eens schaamte om hulp te vragen of angst voor de overheid.

Wat is het plan
De opzet is breed. Het gaat om het verbeteren van de digitale ondersteuning en om verbeteren van de menselijk kant. Voor dat laatste is het voorstel om twee centrale punten in te richten waar medewerkers aanwezig zijn die een brede kennis hebben en die met de persoon die zicht meldt het gesprek aan gaat, bekijkt wat er speelt, welke mogelijkheden er zijn en welke personen, instanties of afdelingen daar mee verder kunnen. Die worden er actief bij betrokken, dus de persoon die zich meldt wordt niet doorverwezen, maar de benodigde ondersteuning wordt erbij gehaald. Heel belangrijk daarin is een brede blik. In veel gevallen speelt er meer dan één probleem en het doel is het geheel aan te pakken.
Alleen 2 inlooppunten zijn natuurlijk niet voldoende. Daarvoor is enerzijds de digitale toegang heel belangrijk, zodat iemand zichzelf al kan oriënteren en voorbereiden zonder meteen het probleem ergens op tafel te moeten leggen. Anderzijds gaat er ook gezorgd worden dat bij andere instanties waar mensen een probleem kunnen melden, duidelijk is waar ze naar door kunnen verwijzen. Denk aan huisartsen of kinderopvang,
Belangrijk hierbij is stabiliteit op lange termijn. Dat er op een plek goede ondersteuning te vinden is waar je zonder angst naar toe kunt moet zich rond spreken, dat moet er in slijten.

Waarom is het nodig?
Het is niet zo dat er in Aalten niets gebeurt. In de beeldvorming werd al duidelijk dat we in Aalten op een aantal vlakken zelfs voor lopen op andere gemeenten om ons heen. We hebben nu bijvoorbeeld VAT-teams die al veel doen van wat in de vorige alinea is beschreven. Er gaat dus al veel goed, maar het kan en moet beter. Enerzijds moet het beter omdat het een verplichting is vanuit het rijk, maar belangrijker is dat nu niet iedereen die het nodig heeft de ondersteuning weet te vinden. Er lopen mensen nu onnodig en lang vast. Dat is heel erg voor de mensen die het betreft, maar kost ons als gemeenschap ook onnodig veel geld.

Simpel gesteld: iemand die tot zijn enkels vastzit in de modder kun je helpen door een hand uit te steken en een paar droge schoenen. Is die modderpoel een diepe put geworden, dan is er veel meer gespecialiseerde hulp nodig, denk aan een hijskraan, duurt de oplossing langer en kost het meer geld.
Het grootste verschil in dit plan met nu is verder opschalen. Er zijn steeds minder mensen met maar één hulpvraag, er hangt bijna altijd van alles samen. Iemand raakt meestal niet door één tegenslag op achterstand, maar door een reeks van tegenslagen of problemen. Is er bijvoorbeeld een schuldenprobleem, dan zorgt dat ook voor stress, wat functioneren op school of werk bemoeilijkt en door kan werken op de gezondheid. De complexiteit wordt steeds groter en dus is er ook bredere kennis nodig en moeten hulpverleners meer samenwerken. Niemand kan alle opties overzien, daarom zijn er mensen nodig die van alles wat weten en die weten waar ze de juiste ondersteuning kunnen vinden en die ondersteuning bij elkaar brengen en houden.

Wat is het knelpunt?
Zoals gezegd veel gebeurt al, maar nu nog binnen een beperkt werkveld. Het moet breder waarbij er nog meer afdelingen en organisaties betrokken worden. Als je dat aan de huidige teams vraagt, dan worden die te groot en dat werkt niet. Daarom moet er een coördinator boven zitten die de verschillende teams samenbrengt en als een soort smeermiddel fungeert om alles lekker te laten samenwerken.
En zo’n coördinator, die kost geld en daar zit de pijn. Veel geld komt al uit bestaande potjes, maar er is een aanvulling nodig van naar schatting 49.000 per jaar.
Om die pijn wat te relativeren: we praten hier over 49.000 per jaar en dat wordt als best lastig ervaren. Gelijktijdig wordt in de andere zaal gepraat over een school met als benodigde investering van € 6.680.000 met de bijbehorende kapitaalslast van € 298.000

Hoe wordt er op gereageerd?
Dat de ondersteuning beter wordt, daar is iedereen wel voor. Er zijn fracties die vinden dat het anders zou kunnen en zonder extra geld. Er wordt bijvoorbeeld geopperd het budget niet vast te stellen voor de komende jaren, maar steeds per jaar te bekijken. Hoe we dat dan uit moeten leggen aan andere partijen waarvan we verwachten dat die wel structureel moeten investeren wordt niet duidelijk.
Ook wordt gesteld dat het alleen digitaal ook zou kunnen. Ik nodig hierbij de raadscollega met dat idee uit dat even uit te leggen aan mijn moeder van 93. Ook werd er gehamerd op zelfsturende teams als dé oplossing. Geen coördinator nodig en het werkt ook, dat gebeurt nu ook.
In die gevallen gaan ze eraan voorbij dat de ondersteuning alleen maar complexer en breder gaat worden. Dan moeten de teams doen waar ze goed in zijn en die teams moeten bijeen gebracht worden. Zo gaat dat in het bedrijfsleven ook: Waar ik werk zijn 3 zelfsturende teams, wat prima werkt, maar er is wel regelmatig contact om te zorgen dat je niet dubbel werkt of langs elkaar. Juist door die coördinatie is het productief

Conclusie:
Natuurlijk niet fijn dat het geld kost, maar het is wel een heel goede manier om hulp te bieden aan juist die mensen die moeite hebben zelf de oplossing te vinden of te regelen. En dat is wat we als een samenleving horen te doen.

Theo


 

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *