Hoe nu verder met asielopvang?

Opvang mensen op de vlucht

Beeldvormende vergadering opvang asielzoekers

(Valse) tegenstellingen?
Afgelopen donderdag vond de beeldvormende vergadering plaats over de nieuwe kaders voor de opvang van asielzoekers in onze gemeente. De avond was bedoeld om inwoners de gelegenheid te geven in te spreken, gevolgd door een ronde voor raadsleden om vragen te stellen aan de initiatiefnemers van het voorstel.

Hoewel de avond af en toe de sfeer had van voor- en tegenstanders, bleek gaandeweg dat er geen principiële tegenstand tegen opvang werd geuit. Een enkeling wees op de verantwoordelijkheid van derden (Europa, ‘overheid’ of andere gemeenten), maar iedereen leek wel beseffen dat opvang—mede door de Spreidingswet—hoe dan ook gerealiseerd moet worden. Het ging daarom, geheel terecht, niet over ‘of’, maar over ‘hoe’. Wat iemands mening ook is over asielbeleid, niemand kan er omheen dat mensen die asiel hebben gevraagd in afwachting van de beslissing hierop opgevangen zullen moeten worden.

Locatie: nabijheid en veiligheid zijn geen tegenpolen
Een belangrijk thema van de avond was de locatie van de opvang. Daarin kwam duidelijk naar voren dat de vermeende tegenstelling tussen “nabij de kern” en “veiligheid” geen echte tegenstelling is. Veel inwoners benadrukten dat opvang nabij voorzieningen—zoals winkels, scholen, openbaar vervoer en zorg—juist bevorderlijk is voor integratie én veiligheid. Een locatie ingebed in de gemeenschap biedt overzicht, contactmomenten en kansen om elkaar te leren kennen.
Tegelijkertijd waren er inwoners die zich zorgen maakten over te nabije situering aan grote woonwijken. Deze zorgen gingen echter niet over de opvang op zich, maar over inrichting, rust en beheer. Samenvattend was er geen principiële botsing: het ging om de manier waarop nabijheid verantwoord en zorgvuldig kan worden georganiseerd. Voor onze fractie staat vast dat opvang in of grenzend aan de kernen gewenst is, en dat opvang op industrieterreinen of afgelegen locaties niet passend is.

Omvang van de opvang: verschillende voorkeuren, gedeeld doel
Over de schaal van de opvang verschilden de opvattingen. Sommige inwoners pleitten voor meerdere kleinschalige locaties om druk en mogelijke spanningen te beperken. Anderen benadrukten juist de voordelen van één centrale locatie binnen de kern, met directe toegang tot voorzieningen. Ondanks deze verschillen was er geen sprake van tegengestelde waarden: in alle gevallen ging het om een zoektocht naar een vorm van opvang die beheersbaar is, draagvlak heeft en integratie bevordert. De tegenstelling zat niet in het doel, maar in de weg ernaartoe.

Kosten en regie: niet óf er kosten zijn, maar wie de verantwoordelijkheid draagt
Ook de financiële kant van de opvang was een terugkerend onderwerp Waar sommigen vreesden dat de opvang de gemeente belast, werd door anderen terecht opgemerkt dat eerdere plannen met het COA financieel gunstiger waren, omdat toezicht, zorg en begeleiding grotendeels door het COA gedragen zouden worden. Kleinschalige gemeentelijke opvang legt juist druk op lokale voorzieningen, zoals de huisartsenzorg en handhaving.
De kern van de discussie was daarmee geen tegenstelling tussen goedkoop of duur, maar een afweging van welk model financieel en organisatorisch het meest verantwoord is. Voor ons blijft helder dat de wettelijke taak voor opvang bij het Rijk ligt, en dus bij het COA, dat over de expertise en middelen beschikt om opvang professioneel vorm te geven.

Historische en morele context
In meerdere bijdragen kwam naar voren dat Aalten een traditie heeft van gastvrijheid en bescherming van mensen in nood. Voor veel inwoners is het morele aspect belangrijk: opvang is niet alleen een wettelijke opdracht, maar ook een uiting van wie we als gemeenschap willen zijn. Noaberschap, menselijke waardigheid en solidariteit klonken dan ook regelmatig door in de bijdragen.

Communicatie en vertrouwen
Een terugkerende opmerking was dat in eerdere fases van het proces onrust en verdeeldheid voorkomen hadden kunnen worden met betere, eerdere en duidelijkere communicatie. Als de onrust niet landelijk was aangewakkerd zou dat inderdaad wellicht gelden. De over het algemeen rustige toon op de beeldvormende avond geeft enig vertrouwen. Inwoners verwachten terecht dat de gemeente transparant en zorgvuldig blijft in de vervolgstappen.

Politieke observaties
Tijdens de vergadering spraken drie insprekers die op de kandidatenlijst van BBB HMV staan. Hun bijdragen sloten sterk aan bij de advertentie die de partij recent liet plaatsen. Opvallend was dat BBB HMV, hoewel zij oorspronkelijk mede initiatiefnemer waren, geen voorstel heeft ingediend en zich inmiddels buiten het proces heeft geplaatst. Door hun keuze om via een advertentie in plaats van via de gemeenteraad te opereren, heeft hun bijdrage formeel geen rol in de besluitvorming. Dat maakt het vrijwel zeker dat de partij tegen het huidige voorstel zal stemmen. Mooie worden over opkomen voor lhbtqit+ en veel geklaag over het COA, maar niets leveren.
Ook vanuit de VVD, dat eerder voor de motie stemde die de basis vormde voor deze kaderstelling, bleef het opvallend stil. Het is nog niet duidelijk hoe deze fractie zich zal positioneren, maar de verwachting is dat zij richting een tegenstem bewegen. Gewoon weer tegen.

Hoe nu verder?
Op 25 februari vindt de oordeelsvorming plaats. Afwijkend van de reguliere BOB-procedure wordt aansluitend ook de besluitvorming gehouden. We vinden dit geen zorgvuldige route, juist omdat de indieners streven naar een breed draagvlak voor deze kaderstelling. Het oorspronkelijke collegevoorstel is nooit behandeld in de raad en kreeg onvoldoende steun; het huidige voorstel verdient een zorgvuldig en grondig besluitvormingsproces.

Onze positie is helder: wij staan voor menswaardige opvang, ingebed in de gemeenschap, niet op industrieterreinen, niet in noodunits aan de rand van de gemeente, maar goede huisvesting in of grenzend aan een woonkern, waar integratie mogelijk is en waar mensen niet worden geïsoleerd. We vinden dat locaties niet op voorhand moeten worden uitgesloten zolang er geen volwaardig alternatief ligt. En we blijven benadrukken dat de regie uiteindelijk hoort te liggen bij het COA: de instantie die de wettelijke taak, de kennis, de middelen en de professionaliteit heeft om opvang goed te organiseren.

Petra

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *