Veel misverstanden rond uitvoeringsprogramma

Bert Weevers, 17 december 2022

Dinsdag kwam de oordeelsvormende vergadering van de raad bij elkaar om zich te buigen over het Uitvoeringsprogramma. Van elke fractie was per onderdeel steeds één woordvoerder aanwezig en het hele college was er om antwoorden te geven. Eerst even over dat Uitvoeringsprogramma. Wat is dat?

Raadsprogramma.
Direct na de verkiezingen in maart jl. zijn de fracties bij elkaar gaan zitten en hebben een raadsprogramma opgesteld. Dat is een  uitgebreide lijst met onderwerpen die in de komende raadsperiode aan de orde zou moeten komen. Elke fractie gaf daarbij natuurlijk vooral de onderwerpen aan die voor deze fractie van belang  zijn, vanuit hun verkiezingsprogramma. De één legt nadruk op woningbouw, de ander op energietransitie en duurzame opwek en weer een ander op de bestaanszekerheid en steun aan mensen die het niet breed hebben. Centrale gedachte achter  een raadsprogramma is dat alle partijen gezamenlijk dit opstellen. Er is geen onderscheid tussen coalitie en oppositie, tussen winnaars en verliezers van de verkiezingen. Kenmerk van zo’n raadsprogramma is dus per definitie dat het gaat over hoofdlijnen; dat het zich niet uitspreekt  hòe de genoemde punten gerealiseerd worden. Zo houd je het politieke debat open en kunnen partijen in wisselende meerderheden, dus zonder de traditionele op macht gebaseerde coalitie-oppositie-verhoudingen, op inhoudelijke argumenten proberen hun standpunten gerealiseerd te krijgen op het moment dat het onderwerp aan de orde is. 

Uitvoeringsprogramma
Aan het college is door de raad gevraagd met een uitvoeringsprogramma te komen. Met andere woorden een reactie te geven op de opdrachten van de raad, een programma in de tijd te presenteren wanneer wat en in welke vorm aan de orde komt. 
Het college heeft enkele maanden gewerkt aan zo’n uitvoeringsprogramma  (naast  de andere werkzaamheden) en de wensen zo goed mogelijk over de jaren verspreid. In de tussentijd werd ook de (meer)jarenbegroting over 2023 opgesteld en vastgesteld. Daarin staan al veel extra wensen ook uit het raadsprogramma. Dus de kunst is om de extra wensen die er uit zo’n raadsprogramma  voortkomen ook te vertalen in de normale begrotingscyclus. 

Wat het uitvoeringsprogramma niet en wel  is.
Het Uitvoeringsprogramma is dus geen 4 jarig programma waarin precies staat wat er bijv.  in het jaar 2024 op het programma staat, welke  uitgangspunten gelden  en welke resultaten bereikt worden. Want daar moet het college tot 2024 nog over nadenken en met voorstellen komen. De raad, als hoogste orgaan, bepaalt dan uiteindelijk na inhoudelijk debat (en niet a priori o.b.v. machtsverhoudingen coaltie-oppositie, zie hiervoor)  hoe  het definitieve besluit er uitziet.. Het uitvoeringsprogramma kan en mag dus niet al teveel inhoudelijke keuzes bevatten. Die keuzes zijn aan de raad. Het UP is een soort routekaart waaruit afgelezen kan worden hoe met de wensen uit het raadsprogramma wordt omgegaan. In het voorliggende Uitvoeringsprogramma is dat per raadswens vertaald in de punten Wat gaan we doen, Toelichting,  Prioriteiten, Financiën en Planning. 

Misverstanden en verschillende verwachtingen.
Bij de behandeling in de oordeelsvormende vergadering sloop toch weer die oppositie-coalitie-gewoonte erin. Het was opvallend dat de fracties die betrokken zijn bij het college weliswaar aangaven dat het UP soms wat vaag bleef (een ‘van plan plan’), maar dat dat geen probleem behoeft te zijn omdat  de politieke discussies gevoerd zullen worden op het moment dat genoemd onderwerp op de raadsagenda staat.  De partijen die niet in het college zitten hebben een andere opvatting over dit uitvoeringsprogramma. Deze lijken precies te willen weten wanneer wat aan de orde komt, wat er voorgesteld wordt, wat de uitkomst is, inclusief tussendoelen, en hoe zij kunnen controleren of die uitkomst ook gehaald  wordt.  ‘Afrekenbaar’ was een kernwoord. Zo willen ze afrekenbare doelen op bijvoorbeeld sociaal domein  of duurzaamheid.  Maar het is niet het college, maar de raad die die preciese doelen vaststelt, bijvoorbeeld in het jaarlijks te evalueren “Plan van Aanpak Duurzaamheid” of het nieuw op te stellen armoedebeleid in 2023.

Langdurige behandeling.
Dinsdag duurde de vergadering maar liefst 4,5 uur. Het college gaf zo goed mogelijk antwoorden op vragen naar afrekenbare doelen, tijdsplanningen, toelichtingen op prioriteiten ed.  De fracties debatteerden onderling lang over de verschillende thema’s en subdoelen, helaas nauwelijks inhoudelijk maar vooral over het detailniveau van het UP. Blijkbaar was het verwachtingspatroon heel erg verschillend, lagen de opvattingen over wat het uitvoeringsprogramma is en hoe het er uit moet zien ver uit elkaar. Er werden geen wijzigingsvoorstellen, moties of amendementen aangekondigd om het programma in een bepaalde richting bij te buigen. De vergadering eindigde in een patstelling.  Er is afgesproken  om in het presidium en de agendacommissie verder te spreken hoe dit uitvoeringsprogramma nou behandeld  moet worden. 

Standpunt Progressieve Partij.
PP ziet het uitvoeringsprogramma als een routekaart, een agenda voor de komende periode. Wij willen dan ook niet aan de voorkant in detail de uitvoering bepalen, maar juist als het onderwerp aan de orde is een discussie op inhoud hebben. Dus bijvoorbeeld  jaarlijks bij het Plan van Aanpak Duurzaamheid willen we kijken welke resultaten behaald zijn, waar er een tandje bij moet en welke wensen wij uitgevoerd willen zien. Datzelfde geldt voor de woonagenda en het beleid rond sociaal domein. Niet nu vastleggen maar agenderen. 

Stap terug?
De handelwijze van de fracties die niet in het college zitten zorgt ervoor dat de sfeer en verhoudingen in de raad weer gaat langs de lijnen van de procedures, de oppositie-coalitie-verhouding in plaats van via de lijnen van de inhoud, de botsende meningen en ideologieën en het debat. Daar waar het raadsprogramma een instrument is om via de inhoud besluiten te kunnen nemen, open discussies te kunnen voeren, soms met wisselende meerderheden te kunnen werken, lijkt nu de tijd weer terug te keren  dat besluiten op basis van meerderheden  langs coalitie- en oppositie-lijnen genomen worden.
Onze fractie heeft ook wensen bij het uitvoeringsprogramma, wil op sommige terreinen meer en sneller. Maar die discussie hoort thuis op het moment als dat onderwerp aan de orde is. En niet tijdens het vaststellen van de gespreksagenda van de komende vier jaar. 


Deel deze inhoud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *