Realisatie crisiswoningen ‘t Slaa: van woorden naar daden

Afgelopen dinsdag sprak de oordeelsvormende raad over de realisatie van twee zorgwoningen op de benedenverdieping van een voormalig Estinea‑pand en drie crisiswoningen op de bovenverdieping, geschikt voor één à twee personen per woning. Het debat ging daarmee over meer dan stenen en euro’s: het ging over verantwoordelijkheid, mensbeeld en de vraag wat ‘omzien naar elkaar’ in de praktijk betekent.
Onderstaand onze integrale bijdrage aan het debat.

Onze bijdrage in de raad
Nog een paar weken en dan zijn er verkiezingen. De meeste partijen hebben hun programma nog niet gepresenteerd. Daarom heb ik de vorige programma’s erbij gepakt. Ik las mooie woorden over zorgen voor elkaar. Echter, niets over maatschappelijke opvang en zorgen voor mensen die dakloos zijn of dreigen te worden. Alleen in het programma van de CU is te lezen dat gemeente Aalten moet zorgen voor een veilige opvang voor slachtoffers van loverboys, pooiers en mensenhandelaren. Het is alsof acute dakloosheid en onveilige thuissituaties in onze gemeente niet voorkomt. Helaas is de werkelijkheid minder mooi; ook in onze gemeente is behoefte aan crisisopvang. Dat is momenteel regionaal geregeld. Dat is eigenlijk best een beetje vreemd; we willen ‘omzien naar elkaar’, maar zodra een inwoner geen veilig thuis meer heeft, dan moet hij of zij naar Doetinchem vertrekken. Door veranderende regelgeving kunnen we als gemeente niet blijven leunen op andere gemeenten. Ook daarom moeten we een paar crisiswoningen realiseren.

Wij waarderen de opstelling van de buurt als het gaat om de twee gezinnen die de benedenverdieping zullen betrekken. Wij begrijpen echt wel dat de sommige buurtbewoners de wenkbrauwen hebben gefronst toen zij het plan hoorden. Wij vragen het college om de vragen van de buurt te beantwoorden en notie te nemen van de opmerkingen. Er is namens het college een toelichting gegeven op de doelgroep waarvoor de woningen is bestemd. Evenals de portefeuillehouder hebben wij geen reden om te vrezen voor overlast, te meer nu het pand nu al bewoond wordt via AdHoc, anti-kraak en daarvoor via Estinea. Mocht er echter sprake zijn van overlast, dan zal hierop direct geacteerd moeten worden. Wij doen als gemeente een beroep op de buurt en daar mag de buurt ook voor terug verwachten dat er goede en concrete afspraken worden gemaakt over hoe omgaan met vragen en opmerkingen van de buurt. Wij vragen het college om hierover met de buurtbewoners in gesprek te gaan.

Dan het geld. Nee, het is niet lucratief. Het is wel een noodzakelijke uitgave. Ook omdat marktpartijen het niet doen. Dan is de overheid aan zet, tenminste als we als samenleving willen voorkomen dat mensen letterlijk op straat komen te staan of in een onveilige situatie blijven.
Bovendien zijn noodvoorzieningen‑ en oplossingen, zoals hotels, veel duurder. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat het college niet‑noodzakelijke aanpassingen zal doen. Overigens, als de opdracht aan een plaatselijk of regionaal bedrijf kan worden gegeven, dragen we als gemeente ook bij aan werkgelegenheid en de lokale economie.

Concluderend: het is misschien geen besluit waar stemmen met te behalen zijn. Het is een grote uitgave, waar het merendeel van de inwoners, anders dan bij bijvoorbeeld een centrumplan, niets voor terugzien. Tegelijkertijd voegen we wel daad bij woord als we zeggen dat we omzien naar elkaar, voor elkaar willen zorgen en verantwoordelijkheid willen nemen. Ook dat is een mening die gelukkig breed onder onze inwoners wordt gedeeld en gewaardeerd.
Het moge duidelijk zijn: wij kunnen instemmen met het voorstel.

Het debat: proces, twijfel en een schrijnend mensbeeld

In het debat werd duidelijk dat niet iedereen dezelfde afweging maakt. De ChristenUnie wijdde veel woorden aan het proces en de aankoop van het pand. Dat is wellicht niet helemaal onterecht, maar daardoor dreigde de kern – het realiseren van zorg‑ en crisiswoningen – uit beeld te raken. Bij CU was twijfel of deze woningen wel op deze locatie gerealiseerd moesten worden, mede vanwege bedenkingen in de buurt. Die twijfel vonden wij onbegrijpelijk: de situatie is niet anders dan een appartementencomplex of andere woonvormen waar meer mensen bij elkaar wonen. Het betreffende is jarenlang bewoond via Estinea (gehandicaptenzorg) en momenteel via anti‑kraak door Ad Hoc. Feitelijk verandert er dus niets voor de buurt.

De VVD begreep heel goed dat mensen “in paniek raken” als er drie crisiswoningen in hun buurt komen. Maar precies daar wringt het. Als raad moeten wij niet meegaan in angstbeelden die suggereren dat er groepen mensen zijn die je liever niet in je wijk ziet. Dat is niet alleen feitelijk onjuist, het is ook bestuurlijk onverantwoord. Bovendien was door het college uitdrukkelijk opgemerkt dat mensen met zwaardere problematiek, zoals psychiatrische problemen en ernstige verslaving elders, met meer passende zorg en begeleiding, opgevangen worden.

Bovendien moeten we oppassen dat het woord ‘crisis’ niet leidt tot stigmatisering. Het betreft hier géén andere mensen dan in een reguliere woning of appartementencomplex: het zijn gewone inwoners in een tijdelijke, moeilijke situatie. Crisis is geen identiteit.
Ons mensbeeld is anders. Crisis kan iedereen overkomen: na huiselijk geweld, een relatiebreuk, verlies van werk of woning. Dat zijn geen mensen die we weg moeten organiseren, maar mensen voor wie we verantwoordelijkheid dragen. Wie ‘omzien naar elkaar’ serieus neemt, kan niet tegelijkertijd suggereren dat sommige inwoners beter elders ondergebracht kunnen worden omdat wij er zelf ongemakkelijk van worden.

Wat ons betreft vraagt juist dit soort besluiten om politieke moed. Niet de makkelijkste weg, niet de populaire keuze, maar wel de juiste.

Daarom gaan we vóór stemmen.

Petra.

 

Deel deze inhoud

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *