Er was een extra , dubbele vergadering belegd over de asielopvang in Aalten. Het eerste deel was een Oordeelvorming, met na een pauze, de Besluitvorming. Wij hadden vooraf vergeefs protest aangetekend tegen deze afwijking van het BOB-model. Niet voor niets is in het model een ruime tijd (14 dagen) ingeruimd na oordeelvorming om de definitieve besluiten goed te kunnen overwegen.
Van draagkracht via realisme naar goede opvang
Afgelopen week stelde de gemeenteraad de politiek‑bestuurlijke kaders vast voor de komst van een asielopvanglocatie in Aalten. Voor ons als Progressieve Partij was dit een belangrijk moment: niet omdat wij twijfelen óf Aalten vluchtelingen moet kunnen opvangen, maar omdat wij vinden dat het ook echt goed, eerlijk en uitvoerbaar moet gebeuren. En precies daar schieten de nieuwe kaders tekort.
Waar een deel van de raad vooral probeert te sturen op het beperken van aantallen, het inkorten van termijnen en het uitsluiten van locaties, kiezen wij voor realisme en verantwoordelijkheid. Aalten hééft draagkracht bewezen — recent én decennia terug — en het is tijd dat de raad die realiteit onder ogen ziet.
Daarom zetten wij in op een toekomstbestendige constructie: tien jaar opvang, gevolgd door woningbouw, zoals het college eerder voorstelde. Dat biedt zekerheid voor omwonenden, helpt de gemeente te voldoen aan de structurele opgave van de Spreidingswet én levert vanaf 2035 broodnodige goedkope huurwoningen op. Wij hadden het liefst helemaal géén arbitraire termijn in de kaders gezien, tenzij het een termijn is die daadwerkelijk nagekomen kan worden. Een losse vijfjaarsbelofte doet dat niet — juridisch niet, bestuurlijk niet en praktisch al helemaal niet.
Samen met D66 dienden wij een amendement in dat de kaders realistischer had gemaakt. Dat amendement werd verworpen. Het uiteindelijke voorstel bleef vrijwel ongewijzigd, en daarmee onuitvoerbaar. Daarom stemden wij tegen — juist om te voorkomen dat Aalten straks vastloopt in noodconstructies zonder kwaliteit.
Onze bijdrage aan de oordeelsvorming (integraal)
Hieronder vind je onze volledige bijdrage, zoals door onze fractie in de raad uitgesproken:
“De geschiedenis van onze gemeente in relatie tot de opvang van vluchtelingen is al veel aangehaald. Vaak gaat het dan over de Tweede Wereldoorlog, maar in de decennia daarna hebben vluchtelingen in onze gemeente een veilig onderkomen gehad. Als kind groeide ik op Barlo, twee km van het AZC, ik had er zwemles, reed er paard bij de naastgelegen manege en speelde er op het terrein. Veel inwoners waren er vrijwilliger.
Toen Rusland Oekraïne binnenviel en een grote vluchtelingenstroom op gang kwam, aarzelden veel inwoners van Aalten en Dinxperlo niet om hun deuren te openen. Inmiddels kennen we al meerdere jaren diverse opvanglocaties voor deze mensen.
Dat wij als gemeente voldoende draagkracht hebben om vluchtelingen op te vangen, staat voor ons dan ook buiten kijf. We moeten ons alleen niet laten meeslepen door bepaalde politici of toenemende xenofobie. De mensen die nu asiel aanvragen zijn niet anders dan die van 40, 30 of 15 jaar geleden. Ze komen alleen uit andere landen, want oorlogen en vervolgingen houden niet op te bestaan, maar verplaatsen zich hooguit.
Helaas heeft de gemeenteraad zich wél laten meeslepen. Het proces van de afgelopen periode verdient geen schoonheidsprijs; het was vooral paniekvoetbal.
Dat er een opvanglocatie in onze gemeente zou komen, was al langer duidelijk. De raad is gedurende het proces – zij het nietopenbaar – geïnformeerd. Zoals te verwachten viel anno 2025 waren er felle protesten toen het college het plan om het COA de mogelijkheid te bieden om aan de Singel een AZC te realiseren voor 300 personen. Geschrokken van de ophef kwamen vier fracties met een motie, die door een vijfde fractie werd gesteund, en werd het proces stilgelegd. De indieners van de motie stelden dat er onvoldoende draagvlak was voor het plan van het college.
Wij waren tegen de motie en de gang van zaken. De conclusie dat er onvoldoende draagvlak was volgens ons voorbarig en uiterst subjectief. Bovendien is – ten onrechte – de indruk gewekt dat de Singel als locatie van de baan is en het plan van het college in de prullenbak ligt. Inderdaad heeft een meerderheid van de raad zich achter de motie geschaard, maar daar is op dit moment ook alles mee gezegd. Deze meerderheid is inmiddels uiteen gevallen. Twee van de genoemde fracties zijn hun eigen weg gegaan. Er ligt nu een voorstel van drie fracties die, als ze unaniem, stemmen net 11 van de 21 zetels hebben.
Waar de raad aanvankelijk nog wilde uitstralen dat opvang een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, lijkt dat inmiddels — met de verkiezingen in aantocht — losgelaten. Advertenties in de plaatselijke krantjes, berichten op social media, en een filmpje van de lijsttrekker van het CDA die trots verkondigde dat ‘zij ervoor hadden gezorgd’ dat de opvang niet op de Singel komt en voor vijf jaar zou duren, met een oproep om op 18 maart vooral op hen te stemmen.
Feit is echter dat de gemeenteraad nog niets besloten heeft en nog zal moeten blijken of de kaders zoals die er nu liggen uitvoerbaar zijn. Zowel in kwaliteit van de opvang, de voorzieningen, de duur en financieel.
Onze standpunt ten aanzien van het voorstel:
De door de indieners voorgestelde kaders zijn willekeurig en vooral gericht op wat níet mag: zo min mogelijk mensen, zo kort mogelijk en zo ver mogelijk van de kernen. Daarmee wordt het voorstel onuitvoerbaar, tenzij men genoegen neemt met noodopvang zonder kwaliteit. En dat is iets wat wij als gemeente niet zouden moeten willen.
Ook lijkt het voorstel uit te gaan van de gedachte dat wij het COA een gunst verlenen, terwijl het COA juist een onmisbare partner is. Zonder hen zouden de problemen in de asielopvang nog veel groter zijn. Wij hebben als gemeente niet de kennis en capaciteit om dit zelfstandig, goed én betaalbaar te organiseren. Bovendien staat expliciet in de wet dat wij als gemeente het COA de mogelijkheid moeten bieden om in onze gemeente een opvanglocatie te realiseren.
Wat het ‘hoe’ betreft: wij kijken niet in de eerste plaats naar aantallen. We zien geen reden waarom onze gemeente nu ineens geen 300 mensen meer zou kunnen opvangen. Maar, wij kunnen leven met 200 plekken. Veel belangrijker vinden wij dat het goed wordt georganiseerd — voor de bewoners van het centrum én voor de buurt. Dat betekent: goede ruimtelijke inpassing en geen noodunits, maar degelijke flexwoningen.
Wij vinden verder dat locaties niet op voorhand moeten worden uitgesloten zolang er geen andere geschikte locatie is gevonden. De onderbouwing voor het uitsluiten van drie locaties is ondeugdelijk en lijkt willekeurig. Een opvanglocatie op de Singel gaat bijvoorbeeld helemaal niet ten koste van de woningbouwplanning. Het uitsluiten van deze locatie is volgens ons erg subjectief en politiek gekleurd.
Bovendien hoort een opvangvoorziening wat ons betreft in of nabij een kern te liggen, en niet in het buitengebied of op een industrieterrein. Ook moeten er goede voorzieningen zijn ofwel op de locatie ofwel in de nabije omgeving.
Ook willen wij geen harde maximale termijn opnemen, tenzij er zekerheid is dat de locatie daarna daadwerkelijk sluit én elders een nieuwe locatie wordt gerealiseerd. Daarom pleiten wij ervoor de opvang te koppelen aan toekomstige woningbouw. Het voorstel van het college — tien jaar opvang, daarna permanente woningbouw — is daar een goed voorbeeld van. Zo voldoen we aan de Spreidingswet én creëren we vanaf 2035 betaalbare huurwoningen. Bovendien weten omwonenden precies waar ze aan toe zijn. Dat is met het voorstel dat vanavond niet het geval, althans we kunnen nu al wel met zekerheid zeggen dat we over vijf jaar nog steeds de taak zullen hebben om asielopvang mogelijk te maken binnen onze gemeente.
Bovendien wordt met een termijn van maximaal 5 jaar, zoals dat nu in het voorstel staat, niet voldaan aan de taakstelling. Het is dan noodopvang en geen duurzame opvang. Oftewel, we zullen dan als gemeente alsnog aan de taakstelling moeten voldoen.
Onze tegenstem staat de realisatie van opvang niet in de weg. Integendeel: de voorgestelde kaders maken goede opvang feitelijk onmogelijk. Daarom kunnen wij het voorstel, zolang het niet wezenlijk is aangepast, niet steunen.”*
Onze keuze: tegen deze kaders, vóór echte oplossingen
Onze tegenstem is een keuze vóór realisme, voor bestuurlijke ruggengraat en voor goede opvang. Niet voor schijnzekerheid, niet voor symboolpolitiek, maar voor een eerlijk en uitvoerbaar plan.
Petra

