Welkom op de website van de Progressieve Partij Aalten Bredevoort Dinxperlo en Buurtschappen

HomeKeek op de weekweek 19 - 24 oktober 2020

week 19 - 24 oktober 2020

Deze week herfstvakantie voor de één, thuiswerken voor de ander, een leeg gemeentehuis en als er één plaatje de week karakteriseert is het wel een schermpje met Teams (de vergader-app op de I-pad). Ook voor de gemeenteraad en het college. De tijd van de begrotingen breekt weer volop aan, dus veel overleg en vergaderen. Hieronder een paar gebeurtenissen uit het leven en werk van een wethouder in corona-tijd.
Hoofdzakelijk bedoeld om uitleg te geven.
 
Begrotingsproces
Sommigen noemen de begroting het belangrijkste gemeentelijk document. Hierin maakt het college in elk geval duidelijk wat de plannen zijn voor het komende jaar, wat de voorspelde uitgaven en inkomsten zijn en (daarvan afgeleid) wat de inwoners kunnen verwachten aan tarieven en belastingen. Het opstellen van zo’n begroting is een langdurig proces en omgeven met allerlei voorschriften van hogerhand.
Bijvoorbeeld het BBV, “Besluit begroting en verantwoording”. Alles met de bedoeling om het reilen en zeilen van gemeenten inzichtelijker, controleerbaarder maar ook vooral vergelijkbaarder te maken. Nadeel daarvan is dat er soms termen, uitdrukkingen en cijfercombinaties in staan die verre van logisch lijken in de Aaltense situatie. In het voorjaar wordt al begonnen met verzamelen van gegevens, in de zomer praten we als college over de concepten en eind september wordt het boekwerk vastgesteld door het college en aan de raad aangeboden.
 
 
De raad aan zet
De gemeenteraad moet zich dan een oordeel gaan vormen over dat boekwerk. Normaal gesproken organiseren de medewerkers een zgn. begrotingscafé. Een ongedwongen bijeenkomst met tafeltjes met medewerkers en onderwerpen, waar zgn. technische vragen kunnen worden gesteld. Dus verduidelijking gevraagd. Dat zat er natuurlijk dit keer niet in in verband met corona. Dus konden de vragen schriftelijk gesteld worden. De vragen van 7 fracties zorgden samen met de antwoorden van het college voor 27 A4tjes. Dat was best even slikken en schrikken, maar ligt dus duidelijk aan het ontbreken van zo’n café. Achteraf – dacht ik- hadden we dat ook best digitaal kunnen organiseren. Vervolgens  kregen de raadsfracties deze week maandag- en dinsdagavond de gelegenheid om nog eens een verduidelijking op die antwoorden te vragen en met elkaar in discussie te gaan over onderwerpen uit die begroting. Dat was de oordeelsvormende vergadering. Ik vermoed dat niet elke fractie zich helemaal gerealiseerd had dat die oordeelsvormende vergaderingen ook daadwerkelijk bedoeld waren om alvast over onderwerpen uit die begroting in discussie te gaan met elkaar. Dat was ook wat ongebruikelijk in het systeem. Maandagavond stond hoofdstuk 2 van de begroting op het programma. Het sociaal domein. Daarvoor moesten collega wethouder Hans te Lindert en ik aantreden. Uiteraard met ambtelijke ondersteuning.
 
Onderlinge discussie
De discussie met het college ging verder erg over het sociaal domein en de enorme bedragen die daar om gaan. Dat is ook wel logisch bij zo’n belangrijk domein. Bijna elke fractie betreurde het dat de informatieavond over het sociaal domein pas op donderdag was, zodat men de vragen moest bewaren, of nu in z’n algemeenheid iets moest vinden. Het college was de eerste om te erkennen dat het beter was geweest om deze informatieavond eerder te houden. Echter dat paste agenda-technisch niet, is dan de officiële reden. Huiselijker gezegd: een belangrijke verantwoordelijke medewerker die perse bij die avond moet zijn had vakantie. Achteraf –bedacht ik me- hadden we de informatie-avond ook op maandag kunnen houden en de oordeelsvorming op donderdag. Maar dat is achteraf.
D66 vond dat het college wel erg veel naar het Rijk kijkt als het gaat om het geld voor jeugdzorg en WMO. Wij zijn daarbij natuurlijk in goed gezelschap van onze eigen raad die één van de 55 gemeenten is die een motie met de vraag om meer geld van het Rijk heeft ingediend. Bovendien spreken alle publicaties, onderzoeken en rapporten over drie structuur-fouten die de grote tekorten veroorzaken.
1.De eigen maandelijkse bijdrage van € 19,-- voor WMO-voorzieningen van huishoudelijke hulp tot vervoershulp geldt voor minima en miljonairs. Dat heet het abonnementstarief. Dat heeft een aanzuigende werking die wij in Aalten ook zien: meer aanvragen.
2.Er zijn verwijsstromen (o.a. huisartsen en gecertificeerde instellingen) buiten de gemeente om: geen invloed, wel de rekening betalen.
3.Er is een onevenredig grote druk op de begroting van juist kleinere gemeenten door hele dure individuele casussen. Dat geldt ook voor de gemeente Aalten: soms lopen de kosten voor één hulpverleningstraject voor een jeugdige en het gezin in de tonnen.
 
Juist vrijdag werd bekend dat het Rijk nog niet van plan is gemeenten te compenseren voor de “aanzuigende werking” van het abonnementstarief. Zie hieronder de mededeling van de voorzitter van de betreffende commissie. 
 
De onderlinge discussie tussen de fracties ging vooral over de vraag of het wenselijk is om de bijdragen die de gemeente vanuit het rijk ontvangt  i.r.t. corona ook vooraf te bestemmen voor de genoemde sectoren (bijv. sport en cultuur) òf  deze bedragen in één grote pot te stoppen. Ook kwamen er ideeën om een aanpak te ontwikkelen voor mensen die werkloos zijn, maar niet 100% kunnen werken en functioneren en een buddysysteem samen met de nieuwe inburgeringswet. 
 
Sociaal domein in de praktijk
Dinsdag spraken we met mensen van een (i.v.m. corona grotendeels verlaten) zorgboerderij. Want je kunt altijd wel zuchten en steunen over dat het sociaal domein zoveel geld kost, maar over welke mensen gaat het nu, wat gebeurt er nu mee en hoe werken al die systemen, doorverwijzingen, beschikkingen en persoonsgebonden budgetten nu in de praktijk. Deze zorgboerderij richt zich vooral op jongeren mensen en biedt het normale werk op de boerderij, timmeren, dieren verzorgen, sport en spel uitgevoerd door een aantal begeleiders en de boer en boerin zelf. Sommige kinderen komen 1 dagdeel per week, anderen weer meer. Alles volgens een –daar heb je er al één- zorgplan. De verantwoording en facturering gaat dan ook naar aanleiding van de vorderingen in zo’n zorgplan. Soms naar de ouders, soms naar een instelling (die de cliënt daar “geplaatst” heeft), soms naar de gemeente. Daar zien we toch duidelijk verbeterpuntjes. Waar ook echt winst te behalen is (vooral voor de cliënt) zijn warme overdracht, veel contact, collegiale consultatie enz. In elk geval helpt het niet als een kind in 10 jaar tijd 50 hulpverleners ziet. Waar het systeem nog wel erg in de weg zit is bij de overgang van de Jeugdwet (tot 18 jaar) naar de WMO (vanaf 18 jaar). Er zijn daar gekke dingen aan de hand, zo zijn de tarieven in die wetten voor precies dezelfde activiteiten verschillend.
Wat natuurlijk het mooiste is van zo’n bezoek waren de enthousiaste, betrokken verhalen van de mensen. Zoals de verhalen over die stoere bink waar iedereen een beetje ontzag voor heeft op straat, maar bij de boer gehoorzaam en betrokken meewerkt. Of van die jongen die als een soort dood vogeltje binnenkomt en opbloeit tot een handige alleskunner.
 
 
Stand van zaken transformatieplan Sociaal Domein
Donderdagavond was er een digitale bijeenkomst met 26 raadsleden, volgers, ambtenaren en college-leden om de stand van zaken van het Transformatieplan te bespreken. Ook werden de beleidsregels/normenkader huishoudelijke hulp toegelicht. Het sociaal domein zit erg ingewikkeld in elkaar. Er gaat 50% van de gemeentelijke financiën naar toe. Plus dat de vraag naar hulp toeneemt, de  hulpvraag intensiever, zwaarder wordt, de kosten van hulpverlening stijgen en de rijksbijdragen achterblijven. Tegelijkertijd willen we door in te zetten op preventie mensen minder afhankelijk maken van hulp, de “zorgconsumptie” verminderen en de mensen vitaler en gezonder ouder laten worden. De kosten van deze preventieve acties komen bij de gemeente terecht, maar de opbrengsten/besparingen veelal bij zorgverzekeraars of instellingen die onder het zorgkantoor vallen. Ziehier in een notendop een paar uitdagingen in dat sociaal domein.
In de gemeente Aalten hebben we beleidsmatig gekozen voor het “omgekeerd verordenen”. Dat wil zeggen in gesprek met de inwoner (en zijn netwerk) kijken wat de beste oplossing is om zijn/haar “beperking” te compenseren. En tegelijkertijd zoveel mogelijk de kosten in de hand houden. Dat betekent niet dat altijd direct de goedkoopste oplossing gekozen wordt. Je kunt iemand die heel slecht loopt via een scootmobiel aan de maatschappij laten meedoen, maar het zou misschien beter zijn voor een driewieler en fysiotherapie met een beweegprogramma te kiezen zodat degene langer beweegt en vitaler blijft en dus later of niet een beroep doet op dure zorgkosten. Echter een scootmobiel is goedkoper.
Dat zijn zo de dilemma’s.
 
Vijf sprekers
Het was een lange zit die donderdagavond. Maar liefst vijf sprekers. Collega-wethouder Hans te Lindert (o.a. Jeugd) en ik (WMO, participatiewet) voor de bestuurlijke context. Afdelingsmanager Jan Storm over de stand van zaken van de budgetten in de zorg, maar vooral over de dagelijkse vragen om hulp die meer en zwaarder lijken te worden. Sylvia van Amerongen, beleidsmedewerker WMO over het nieuwe normenkader huishoudelijke hulp. En Henk ter Beest, programmamanager over de stand van zaken van de 22 maatregelen waar we mee bezig zijn om de zorg “om te laten keren en om te laten denken”. Met z’n vijven probeerden we onze raadsleden mee te nemen in de dilemma’s, verhalen van mensen, keuzes, wetten en regelingen en budgetten. En vooral duidelijk te maken dat het juist in het zorgdomein erg moeilijk is om maar rechtlijnig te korten en te bezuinigen. Omdat zorg gewoon verleend moet worden. Vanwege wettelijke verplichtingen maar ook vanuit menselijk oogpunt. En dat we dat als sociale gemeente ook willen. Binnen de raad was er al een tijdje wat gemopper over het uitblijven van resultaten van de noodzakelijke ombuigingen, het gevoel van gebrek aan informatie en het achterlopen van cijfers in een zogenaamd dashboard. En de vraag “kun je niet snel wat quick wins realiseren, wat laaghangend fruit plukken”? We hebben dat proberen uit te leggen. Voor een goed begrip hierbij een deel van mijn bijdrage. Het is veel tekst, maar soms zijn dingen ingewikkeld om uit te leggen, ook om recht te doen aan alle omstandigheden.
 
Proces te lang?
Die vraag naar tempo is terecht vaker gesteld. Het is dan toch goed om u even mee te nemen in de geschiedenis van de decentralisaties. Bij ons aantreden in de zomer 2018 troffen wij een afdeling aan die ontzettend hard gewerkt had om vanaf de datum van de decentralisaties 1 januari 2015 de zorg te continuëren. Dat was opdracht nummer 1: mensen mogen niet zonder zorg zitten. Dat was een enorme klus met nieuwe taken als kwetsbare jongeren, overgang van Hameland en ISWI naar Laborijn, nieuwe grote contracten met nieuwe aanbieders. En dat lukte. Niemand kwam zonder zorg te zitten. Financieel lukte het ook omdat de rijksbijdragen hoger waren dan de uitgaven en er dus reserves gevormd konden worden. Die reserves waren nodig toen vanaf 2017 de aantallen aanvragen opliepen. Dus chapeau voor medewerkers, Management en College van destijds.
Door die gerichtheid op continuïteit van zorg waren er echter zeker drie problemen ontstaan.
 
1.Er was te weinig aansluiting tussen beleid en uitvoering, waardoor de transformatieopgave onvoldoende geborgd werd in de organisatie.
2.Er was te weinig inzicht in de samenhang van de financiële, productie- en verwachtingscijfers. Er werd keurig financieel gerapporteerd. Data en data-analyse ontbraken grotendeels. Vandaar onze herhaalde discussie over dashboards. Kortom er was geen soepel samenspel tussen financiën, data, beleid en uitvoering. Het 4 keer wisselen van afdelingsleiding hielp hier ook niet mee.
3.Er was veel aandacht en capaciteitsinzet voor incidenten in de uitvoering vooral bij Laborijn: ondanks de aantrekkende economie achterblijvende resultaten en zelfs een vernietigend Berenschotrapport. Dat vroeg aandacht en actie.
 
In de zomer 2019 bleek dat de aantallen hulpvragen zo gestegen waren dat de budgetten en de reserves niet meer toereikend waren. We hebben toen voor de begroting 2020 een aantal ombuigingen voorgesteld. Daar zijn we mee aan de gang gegaan. Eind 2019 kwamen we er achter dat er niet voldoende geleverd werd. Dat gold voor inzicht in cijfers, overzicht in productie en aanvragen en mogelijke ombuigingen in relatie tot onze verordening “zo persoonlijk mogelijk”. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een ingreep in de organisatie. Onder leiding van de nieuwe afdelingsmanager en teamcoördinator is een transformatieplan gemaakt en wordt nu planmatig, gecoördineerd en integraal gewerkt. De acties uit het transformatieplan zijn in juli ingezet. Ik hoef hier niet te vertellen dat corona ons daarbij aardig dwars zat en zit. Toch komen we in het totaal sociaal domein naar verwachting op 0 uit.
 
Quick wins en laaghangend fruit
Allereerst hebben we geconstateerd dat de hulpaanvragen fors gestegen zijn. Over de hele linie. De tarieven ook. Dat hebben wij zelf niet volledig in de hand. En wij willen hulp en zorg bieden waar dat nodig is. Straks een aantal voorbeelden waaruit duidelijk wordt dat soms aan dure zorg gewoon niet te ontkomen is, en dat willen we ook niet. We blijven verantwoordelijk voor de juiste zorginzet. Dus soms heb je ook gewoon pech. Veel dure uithuisplaatsingen of dure woningaanpassingen of hulpmiddelen. En een stijgend aantal ouderen dat hun huishouding niet alleen meer geregeld krijgt. En dan hebben we nog een taakstelling. Dat voelt soms als dweilen met de kraan open. We zitten nu ondanks die stijgende aantallen op het kostenniveau van 2019. Dat moet nog verder terug, maar dat gaat langzaam. Wat dat betreft lijkt het op een supertanker, elke ingreep geeft een hele kleine correctie. 
 
We zijn er van overtuigd dat onze beleidsuitgangspunten juist zijn: normaliseren, de-medicaliseren, samenwerken, omgekeerd denken, preventie, preventie, preventie. Dat kost tijd. Net zoals bij de supertanker. Maar het kan wel. Laat mij een voorbeeld geven. Toen we aantraden was de situatie bij Laborijn zeer zorgelijk. Tekorten op de budgetten, weinig uitstroom, klachten over bejegening. Ook daar is door DB en AB ingegrepen, genormaliseerd, gestroomlijnd en omgekeerd gewerkt. Met als resultaat dat we nu, 2 jaar na de crisis, in Aalten een all-time-low aantal mensen in de bijstand hebben: 272. En waarschijnlijk een overschot op het Rijksbudget kunnen bijschrijven van enkele tonnen dit jaar. En niemand in uw raad zal zeggen: “nou, nou dat heb je toch helemaal verkeerd begroot”. Want hier zijn de aantallen juist gedaald i.p.v gestegen. Vanwege natuurlijk de inzet van onze mensen en die van Laborijn, maar zeker ook vanwege de economische omstandigheden. Die wij als gemeente nauwelijks kunnen beïnvloeden. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Dat geldt ook voor andere posten in het sociaal domein. Zo verwachten we uit vorige jaren een eenmalig voordeel op beschermd wonen van 2 ton. De tanker beweegt. Daarom willen we deze ombuigingsplannen ook een kans geven. Het duurt misschien langer dan gedacht. Maar de beweging is er!
 
Onze strategie
Het domste wat nu zouden kunnen doen is in het wilde weg gaan bezuinigen op andere posten in het sociaal domein, vooral die te maken hebben met preventie en “het voorveld”. Alle rapporten en wetenschappelijke inzichten geven aan dat preventie, normalisering en demedicalisering ingrijpende zorg uitstellen of zelfs afstellen. Daarop willen wij vol gaan. 
In ons beleid formuleren we vier uitgangspunten als het gaat om de kosten van het sociaal beleid:
 
1.Wij blijven op de deur kloppen van het Rijk om meer geld voor de uitvoering van onze taken.
2.We transformeren en buigen om in eigen organisatie: omgekeerd verordenen, kostenbewustzijn in de toegang, scherper inkopen, meer samenwerking.
3.We vragen een offfer van de hulpontvangers: niet alles kan meer. Het nieuwe normenkader huishoudelijke hulp vraagt van mensen met iets minder hulp en ondersteuning genoegen te nemen. Mensen die het betalen kunnen, wijzen we op de zorgelijke situatie bij de gemeente.
4.Van alle inwoners die eigen woningen bezitten vragen wij een solidariteitsbijdrage in de vorm van een extra verhoging van 4% van de OZB. Dat is gemiddeld zo’n € 30,-- per jaar.
 
 

Twitter

Free business joomla templates